Inleiding
EL&I Leergang Internationaal Beleid 2011-2012
Het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft te maken met een internationale omgeving die sterk in beweging is. Grote mondiale issues raken steeds meer met elkaar verweven en zorgen ervoor dat EL&I wordt geconfronteerd met een steeds complexere internationale agenda; hierin vragen thema's als duurzame ontwikkeling, klimaat, energie, voedselzekerheid, duurzaam ondernemen en handelsproblematiek om steeds meer aandacht.
De Europese Unie blijft de belangrijkste internationale arena, maar er is tevens een verschuiving en verbreding van aandachtsvelden naar internationale organisaties, zoals de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en VN-verbanden als de FAO. Daarmee breidt dus ook het multilaterale krachtenveld waarin EL&I moet opereren zich uit. Steeds vaker wordt van individuele vakministeries verwacht dat zij zich trefzeker presenteren in de internationale arena.
Het is een misvatting te veronderstellen dat de multilateralisering van de internationale omgeving zou betekenen dat de bilaterale relaties minder aandacht vergen. Er kan zelfs een toename van bilateraal werk gesignaleerd worden. Zo ondersteunt het ministerie van EL&I kandidaat-lidstaten van de EU via allerlei bilaterale projecten om hen zo te helpen voldoen aan de EU-toetredingscriteria. Daarnaast vindt er op de posten, naast het meer traditionele diplomatenwerk, steeds meer strategisch beleidswerk plaats; de verantwoordelijkheid voor bepaalde dossiers ligt niet meer noodzakelijkerwijs in Den Haag, maar kan ook bij een attaché op de post liggen. Bovendien vervullen de buitenlandse EL&I-vertegenwoordigingen een belangrijke rol op het gebied van handelsbevordering en bij het ondersteunen van het Nederlandse agrarische bedrijfsleven . De posten zijn en blijven daarmee belangrijke vertegenwoordigers van het internationale EL&I beleid.
Door de verwevenheid van grote mondiale onderwerpen neemt de interdepartementale afstemming toe; EL&I is in het interdepartementale verkeer een belangrijke en op vele dossiers zelfs gezichtsbepalende speler geworden. Ook de samenwerking met andere departementen op de posten wordt intensiever (zie o.a. de Kamerbrief inzake Nederlandse Vertegenwoordigingen in het buitenland, november 2009).
Concluderend kan gesteld worden dat het werkveld van EL&I op nationaal, interdepartementaal en internationaal niveau steeds meer doordrongen is van internationale dimensies. Dit vraagt om een internationale mindset bij de beleidsmedewerkers van EL&I. Adequate kennis van en diepgaand inzicht in dit internationale krachtenveld zijn noodzakelijk om succesvol te kunnen opereren.
Instituut Clingendael heeft daarom de afgelopen tien jaar de “Leergang Internationaal Beleid” voor beleidsmedewerkers van het Ministerie van EL&I georganiseerd. Naast het vergroten van het begrip in de aard en werking van het internationale krachtenveld waarin EL&I opereert en het verschaffen van kennis en inzicht in internationale beleidsprocessen, worden ook de persoonlijke vaardigheden in een zevental modules aangescherpt. De voornaamste doelstelling hierbij is om voortaan effectiever te kunnen functioneren in de internationale context waarin EL&I zich bevindt. Gezien het succes van de eerdere Leergangen is besloten een elfde EL&I-Leergang te organiseren voor een nieuwe groep beleidsmedewerkers van het Ministerie, die in de toekomst beroepsmatig te maken zal krijgen met internationale vraagstukken.
