Clingendael European Studies Programme CESP

News

Verslag Actualiteitenseminar NEEderland en de Unie na de Europese Raad

June 21, 2005. Op maandag 20 juni presenteerden Instituut Clingendael en het blad PM het eerste actualiteitenseminar in de reeks Europa achter het nieuws. Tijdens dit seminar werden de resultaten van de Europese top van 16 en 17 juni besproken. Aan dit seminar Neederland en de Unie, namen ruim 80 belangstellenden uit de journalistiek, het bedrijfsleven en het openbaar bestuur deel. Het werd voorgezeten door Sjerp van der Vaart, hoofd van het voorlichtingsbureau van het Europees Parlement in Den Haag.

Met een korte terugblik ging Directeur-generaal Europese Samenwerking Marnix Krop in op de Europese Raad van 16-17 juni. Op de agenda van deze top stonden twee zaken centraal: de voortgang van de ratificatie van het Grondwettelijk verdrag en de meerjarenbegroting, de zgn. Financiële Perspectieven 2007-2013. Krop gaf zijn visie op beide processen. Het resultaat ten aanzien van de Grondwet naar aanleiding van het 'nee' in Frankrijk en Nederland is drieledig. Ten eerste is een periode van reflectie van een jaar aangekondigd, die gebruikt zal worden om de burgers in de lidstaten te informeren en met hen van gedachten te wisselen over het Verdrag. Het is uitdrukkelijk de bedoeling daarbij om hun opvattingen te peilen over hoe het verder moet met de Europese integratie. Die discussie dient zowel op nationaal als Europees niveau te worden gevoerd. Ten tweede is besloten dat lidstaten die dat willen, door kunnen gaan met ratificatie.Zo heeft Luxemburg na de Top besloten het voor 11 juli geplande referendum door te laten gaan. Het derde element van het besluit is dat de data van eventuele referenda kunnen worden aangepast 'aan de nieuwe situatie'. Krop's persoonlijke evaluatie was dat dit besluit slechter had gekund; er is in ieder geval niet gekozen voor het scenario van 'Verelendung'.

Ten aanzien van de meerjarenbegroting kon de Raad zoals bekend niet tot overeenstemming komen. Vijf landen (Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Spanje en Finland) stemden tegen het voorliggende compromis van het voorzitterschap, de zogenaamde 'zesde box'. Als mogelijke verklaring voor de onenigheid noemde Krop het feit dat de besluitvorming wellicht te vroeg kwam. Ondanks alle inspanningen van het Luxemburgse voorzitterschap lagen de standpunten nog steeds te ver uiteen. De lidstaten vielen uiteen in drie coalities. Ten eerste de nieuwe lidstaten, die vrezen voor het inleveren van fondsen en een hogere overall begroting. In het voorliggende laatste compromis waren deze landen overigens goed bedeeld. Ten tweede de oude cohesielanden, de zgn. 'Club Med'. Deze landen lijden onder het simpele 'statistische effect' dat hun uitkering uit de structuurfondsen afneemt in een Unie van 25. Oplossingen waren overigens gevonden in losse fondsen, maar uiteindelijk stemde Spanje tegen het compromis (Italië onthield zich van stemming).

De derde groep bestond waren de zgn. 'zuinige zes' die streden voor begrotingsdiscipline, naast Nederland waren dit Zweden; Oostenrijk; Frankrijk; het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Hoewel deze groep zeer uiteenlopende voorkeuren had over met name de hervorming van de uitgavenzijde van de begroting, kon de cohesie mede door binnenlandse ontwikkelingen tot tien dagen voor de top gewaarborgd worden. Toen verliet Duitsland het kamp, met de mededeling dat het tot compromissen bereid was. De zes hebben door hun uitgesproken stellingname overigens wel degelijk invloed gehad op het debat, getuige het feit dat het uitgavenplafond van het Commissievoorstel (1,24% bni/EU) in het laatste voorstel was teruggebracht tot 1,06%. Echter, in dit voorstel werden met name besparingen gevonden in die posten die de 'EU van de toekomst' kenmerken: buitenlands beleid, innovatie en JBZ.
Het probleem werd verergerd door het conflict over de rebate van het Verenigd Koninkrijk (in Britse terminologie: de abatement) die in 2013 zal zijn opgelopen tot ruim 7 miljard euro. Vooral Nederland en Zweden dringen er in dit verband op aan om tot een generiek correctiemechanisme te komen, teneinde in dat kader hun buitenproportionele nettobetalerspositie te compenseren. In ruil voor een mogelijke aanpassing van hun 'rebate' eisten de Britten eisten hervorming van het landbouwbeleid. Dit was voor Chirac weer onbespreekbaar, conform de afspraken die tijdens de top in Brussel in 2002 gemaakt zijn over aftopping van de groei van de landbouwuitgaven.

Het Luxemburgse voorstel bood voor de specifiek Nederlandse situatie overigens geen oplossing. Weliswaar werd een bod van 600 mrd € op tafel gelegd om Nederland te compenseren. Maar tegelijkertijd gingen de uitgaven omhoog, c.q. werd gekort op voor Nederland interessante uitgavencategorieën, zodat onze betalingspositie niet structureel zou verbeteren. De uitgesproken Nederlandse opstelling heeft er niettemin toe geleid dat in de buitenlandse media de harde opstelling van met name Balkenende werd bekritiseerd. Spreker signaleert overigens dat veel nationale media vaak kritiekloos de opstelling van hun politici weergeven, vergeleken waarbij de Nederlandse pers zich in de dagen na de top relatief gematigd opstelde.

Aan het Engelse voorzitterschap is nu de zware taak richting te geven aan de discussie. Er is behoefte aan een brede hervormingsagenda, maar de persoonlijke verhoudingen tussen de regeringsleiders hebben ernstige averij opgelopen. Jan Rood, hoofd van het Clingendael Europese Studies Programma, gaf in een eerste reactie aan dat het kernprobleem wat hem betreft ligt in deze vertrouwenscrisis binnen de Unie en binnen de lidstaten. Er kan in dit verband gesproken worden over een 'crisis van de natie-staat' die in het bijzonder de grote oude lidstaten raakt. Deze zijn niet in staat om binnenslands de hervormingen door te voeren, die noodzakelijk zijn met het oog op versterking van de economische positie van de Unie. Er is in verschillende lidstaten een overgang gaande tussen oude en nieuwe leiders en oude samenwerkingsverbanden (Frans-Duitse as; Benelux) functioneren niet of slechts zeer moeizaam.

Jan Rood trok de zinnigheid van het besluit over de grondwet in twijfel. Het besluit tot een denkpauze suggereert dat inwerkingtreding van de grondwet nog steeds tot de mogelijkheden behoort, terwijl het verdrag feitelijk dood is. Te vrezen valt dat de nu ingelaste adempauze slechts tot verlenging van de lijdensweg zal leiden en uiteindelijk de Unie nog meer schade zal berokkenen. De crisis over de financiën onderstreept nog eens extra de crisis binnen de Unie. Waar een signaal van eenheid en slagvaardigheid meer dan nodig was, bleken de lidstaten niet in staat te zijn over hun eigen schaduw heen te springen. Jan Rood stelde ook de vraag of Nederland in zijn onderhandelingsstrategie wederom niet al te zeer heeft vertrouwd op de coalitie met Frankrijk en Duitsland, die - zoals eerder het geval is geweest - op het laatste moment afhaakten.

Is de besluitvorming op deze Top nog uit te leggen aan de burger?, werd vanuit de zaal gevraagd. Moeten we nu niet 'reculer pour mieux sauter' in plaats van door te modderen op de puinhopen van twee negatieve referenda? Immers, het referendum werd niet gedomineerd door nationale politiek (in tegenstelling tot wat vooraf door sommige commentatoren werd beweerd): de burger heeft wel degelijk Europese zaken centraal gesteld in de afweging tot een tegenstem. Het seminar kon hiervoor de oplossing niet bieden, maar deze discussie zal in volgende seminars worden voortgezet.

Dit verslag is geen letterlijke weergave van het besprokene.
Verslag: Mendeltje van Keulen.

Heeft u interesse in de activiteiten van het CESP of suggesties voor onderwerpen voor nieuwe actualiteitenseminars? Stuur een e-mail met uw contactgegevens naar: cesp@clingendael.nl.